Een young professional in de schaduw van AI
Dinsdagmiddag, 16:47
Hij staart naar zijn Slack. Twee niet-beantwoorde messages van zijn manager, een thread waarin hij iets slims moet zeggen, een reminder dat hij volgende week een presentatie moet geven. Hij opent een tweede tabblad met ChatGPT. Hij maakt een draft voor de presentatie. Kijkt naar de output. Sluit het tabblad zonder de tekst te kopiëren. Vraagt zich af waarom hij gestudeerd heeft als een AI dit in dertig seconden klaar heeft.
Hij is 27. Hij werkt al twee jaar bij een consultancy als data- analist. Op papier gaat het goed. Zijn manager is tevreden over hem, zijn salaris is marktconform, hij heeft collega's met wie hij kan lunchen. Een studievriend heeft vorige maand een start- up gepitcht op LinkedIn; een ander klasgenoot is pas gepromoveerd naar senior. Hij scrollt, sluit de app, opent hem weer.
Wat hij draagt
Een stem die zegt: *je hoort hier eigenlijk niet.* Die stem kwam vandaag bij hem op tijdens de stand-up, gisteren tijdens een gesprek met een klant, vorige week bij een promotie-gelegenheid waar hij zichzelf niet had aangemeld. De stem is niet helemaal nieuw. Hij had hem in zijn eerste baan ook. En op de universiteit. En eigenlijk al eerder.
De afgelopen maanden is de stem luider geworden. AI-tools die precies het soort werk doen dat hij doet. Nieuwsberichten over lay-offs in de tech-sector. Een collega die afgelopen kwartaal was ontslagen — "te juniorig voor het nieuwe werkprofiel". Elke keer dat hij iets toegevoegd denkt te hebben, komt de vraag: kon een AI dit ook? En het antwoord was de laatste tijd vaker ja.
Wat hij had geprobeerd
Harder werken. Extra cursussen doen na werk. Zijn LinkedIn-feed minder scrollen (hield drie dagen vol). Podcasts luisteren over het imposter-syndroom. Een gesprek met een oud-studievriend die hem bevestigde dat hij goed bezig was. Allemaal hielpen eventjes, en dan kwam de stem terug — vaak precies op het moment waarop hij meende dat hij "het onder controle" had.
Zijn manager stelt hem gerust. Zijn ouders stellen hem gerust. Zijn partner stelt hem gerust. De geruststellingen landen, en dan gaat er twee dagen voorbij, en dan is er weer iets — een klein moment waarin hij iets niet wist, of iemand een opmerking maakte — en dan is hij terug bij "ik hoor hier niet".
Wat we hebben gedaan
We zijn niet begonnen bij de AI. Niet bij zijn CV. Niet bij feedback-patronen. We gingen naar die zin — *je hoort hier niet* — en ik vroeg hem wanneer die het eerste gevoel had gehad. Niet het eerste moment dat hij erover had nagedacht — het eerste moment dat hij het in zijn lichaam had geregistreerd.
Het eerste moment bleek veertien jaar terug te liggen. Hij was in 2012 van een dorp verhuisd naar een stedelijk gymnasium. Hij kende niemand. De eerste week op het nieuwe plein had hij één keer gelachen om een grap die hij niet had begrepen, en meteen geweten — *ik ben niet van hier.* Dat moment had hij nooit ergens verwerkt. Het was gewoon een regel geworden die veertien jaar lang door zijn leven bleef zoeven.
We hebben daaraan gewerkt. Geen inhoud gedeeld — hij hoefde mij het verhaal niet te vertellen. Drie sessies van 60 tot 90 minuten, oogbewegingen terwijl hij die staat vasthield. De rest van elke sessie ging over wat er in hem bewoog of niet bewoog.
Wat verschoof — en wat niet
Zijn ambitie is niet weg. Hij wil nog steeds goed zijn in zijn werk. AI is nog steeds een reële factor; zijn zorg daarover is niet plotseling ongegrond. Wat verschoof is waar de energie vandaan komt. Eerder werkte hij *om te bewijzen dat hij hoort.* Dat werken hield de zin in stand, want je bewijst nooit genoeg. Nu werkt hij omdat hij het werk kan. De zin "ik hoor hier niet" is er nog, maar hij voelt niet meer als een verborgen waarheid die hij moet weerleggen. Hij voelt als iets van vroeger.
Wat merkbaar werd
De volgende presentatie die hij moest geven, deed hij zonder eerst drie versies in ChatGPT te testen. Niet omdat ChatGPT slecht is — hij gebruikt het nog steeds — maar omdat hij het niet meer nodig had om zichzelf op die dag te voelen. Hij stelde een vraag aan een senior-collega die hij al een jaar had willen stellen maar nooit had durven stellen. Het antwoord was niet eng. De senior deed niet moeilijk.
Op een zondagavond zag hij zichzelf niet op LinkedIn scrollen en dacht even: interessant. Niet groot, maar interessant. Zijn partner merkte dat hij minder vaak tijdens het eten even op zijn telefoon keek om een werk-mail te checken. Hij slaapt beter. Hij werkt waarschijnlijk niet harder dan vorig jaar — hij draagt het alleen anders.
Waarom ik dit deel
Deze samengestelde casus illustreert een patroon dat ik bij veel young professionals zie: een identiteits-laag ("ik hoor hier niet", "ik moet meer doen om te bewijzen dat ik hier hoor") die ouder is dan hun huidige baan, maar die door de huidige context — AI-disruptie, LinkedIn-vergelijking, flexibele arbeidsmarkt — acuter wordt gevoeld. De standaard-routes zoals harder werken of positieve zelfpraat kunnen tijdelijk opluchten maar maken de laag eronder juist solider. Pas als die laag wordt aangeraakt, kan de AI-angst zich verhouden tot wat het is — een externe realiteit — zonder dat het een tweede identiteit wordt.
Voor wie hier iets in herkent
Als je dit leest en iets voelt hangen — de stem die zegt "ik hoor hier niet", de vergelijking die elke opening oppakt, de angst dat je straks niet meer nodig bent — dan is een kennismakings- gesprek de eenvoudigste volgende stap. Twintig minuten, kosteloos, geen verplichting.