UIT DE PRAKTIJK · CFO, MAAKINDUSTRIE

Half tien 's avonds,

spreadsheet op schoot.

Alle casussen

Een vrouw in de directie

Half tien, 's avonds

Ze zit op de bank met haar laptop op schoot. Haar partner en haar drie kinderen slapen. Een spreadsheet staat open die om acht uur klaar had moeten zijn. Ze staart naar een regel cijfers en weet voor de derde keer niet meer wat ze net las. Haar mail-inbox heeft 147 ongelezen. Ze drukt op verzenden zonder haar werk te controleren. Morgen ziet ze het wel.

De volgende ochtend ziet ze het inderdaad — ze heeft een fout verstuurd naar de directie. Ze herstelt het in een reply-all zonder commentaar, haar schouders gespannen, haar kaak gesloten. Daarna gaat ze naar een stuurgroep en presenteert ze de kwartaal- cijfers met scherpe humor. Niemand in die vergadering weet dat haar hartslag voor ze binnen kwam op 110 was.

Wat ze draagt

CFO bij een maakbedrijf met zo'n 400 medewerkers. Drie kinderen van 10, 13 en 15. Een partner met zijn eigen veeleisende rol. Haar ouders, wier gezondheid de laatste twee jaar meer aandacht vraagt. Ze is 47. Ze heeft de afgelopen maanden gemerkt dat haar focus korter is dan vroeger. Dat ze vaker wakker ligt. Dat irritaties die vroeger van haar afgleden haar nu iets langer vasthouden.

Ze heeft er een naam voor: perimenopause. Ze heeft er een paar artikelen over gelezen, een podcast geluisterd, haar huisarts ernaar gevraagd. Het lichamelijke verhaal klopt, en dat helpt. Maar het lost iets anders niet op — een gevoel dat nieuw is en dat ze voor zichzelf niet goed kan benoemen. Alsof de grond waarop ze stond verschuift, en niemand dat nog ziet.

Wat ze al had geprobeerd

Genoeg. Een paar jaar geleden therapie voor wat ze toen "functioneringsangst" noemde — hielp tijdelijk. Yoga, een iets rustiger avondritueel, korter vergaderen waar het kan, een gesprek met haar partner dat eerlijk was maar waarna het leven gewoon doorging zoals het altijd ging. Een senior-collega die haar een coach had aanbevolen. Tips om grenzen te stellen. Ze kende ze allemaal. Ze had ze deels geïmplementeerd. En toch draaide het onderliggende iets door.

Wat ze zichzelf niet eerder had laten zeggen: het echte werk zat niet in tijdsplanning of mindfulness. Het zat in de zin die in haar lichaam leefde elke keer als ze overwoog om iets níet te doen — de spreadsheet af te maken morgen, haar dochter toch zelf naar tennis te laten komen, haar moeder één keer niet terug te bellen. Die zin was: *als ik niet alles draag, valt iets om.*

Wat we hebben gedaan

We zijn niet begonnen bij de takenlijst. Niet bij grenzen. Niet bij de hormonen. We gingen naar die zin — *als ik niet alles draag, valt iets om* — en ik vroeg haar wat er in haar lichaam gebeurde als ze die zin vasthield. Ze voelde haar kaak, haar schouders, een druk op haar borst, en iets in haar buik dat ze herkende van toen ze een jaar of elf was.

Toen ze dat laatste had gezegd, werd het stil. Het hoefde niet nader uitgelegd. Ik vroeg haar om die specifieke staat even vast te houden zonder dat ze mij hoefde te vertellen wat er in die periode speelde. We deden een set oogbewegingen. Ik zag haar schouders zakken na ongeveer anderhalve minuut. We herhaalden het. In drie sessies werkten we op die identiteits-laag — de laag waarop zij ooit had geleerd dat haar functie in het systeem was om de stabiele pool te zijn.

Wat verschoof — en wat niet

Haar leven is niet lichter geworden. Haar kinderen zijn nog kinderen. Haar moeder vraagt nog steeds zorg. Haar werk is nog steeds op het niveau dat ze eruit moet halen. De perimenopause verandert haar lichaam nog steeds.

Wat wél verschoof: de zin *als ik niet alles draag, valt iets om* is niet meer de stem die haar beslissingen stuurt. Hij is er nog — hij is een oude bewoner — maar hij zit meer op de achterbank dan op de bestuurdersstoel. Ze hoort zichzelf vaker vragen: is dit echt van mij? En soms is het antwoord nee. Dan laat ze het liggen. Niet zonder lichte onrust — die komt mee — maar ze laat het liggen.

Wat merkbaar werd

Haar partner vroeg op een dinsdagavond — voor het eerst in maanden — of ze samen iets wilden doen zonder kinderen. Ze zei ja. In haar eigen beleving had ze dat een maand eerder niet gekund; niet omdat hij het niet aanbood, maar omdat zij automatisch "nee" zou hebben gezegd voor het geval iemand wakker werd. Die automatische "nee" kwam niet.

Een collega op haar afdeling, een jonge vrouw die ze sinds een half jaar coacht, zei: "je lacht weer." Ze was niet gestopt met lachen. Maar deze lach — de open-gezicht-lach — was iets wat anderen zich op een gegeven moment stilletjes begonnen waren te herinneren van vroeger, zonder het te benoemen.

Haar kinderen vragen haar dingen op andere momenten. Vroeger was elke vraag een directe call-to-action. Nu kiest ze soms: ik hoor je, ik doe er morgen iets mee. Dat kiezen is nieuw.

Waarom ik dit deel

Deze samengestelde casus illustreert iets wat ik bij veel vrouwen in deze levensfase tegenkom: een combinatie van een langbestaande identiteits-laag (het alles-dragen) plus een levensfase die die laag juist nu onder druk zet (perimenopause, zorg voor oudere ouders, tieners thuis). De combinatie maakt dat wat vroeger werkte — harder werken, beter organiseren, meer dragen — nu averechts begint te werken. Het is geen karakterzwakte. Het is een patroon waarop oude oplossingen zichzelf uitputten.

De onderliggende identiteits-laag is waar IEMT methodisch op kan werken. Niet om de hormonen te "fixen" of het leven lichter te maken — dat gebeurt niet. Wel om de lading uit een oude regel te halen, zodat er weer ruimte komt voor keuze. Meestal werkt dat. Niet altijd. En nooit in één sessie.

Voor wie hier iets in herkent

Als je dit leest en iets voelt hangen — het 's avonds niet meer kunnen stoppen, het gevoel dat je alleen staat met iets wat iedereen verwacht dat je draagt, een lichaam dat verandert op een manier die je nog niet hebt leren dragen — dan is een kennismakingsgesprek de eenvoudigste volgende stap. Twintig minuten, kosteloos, geen verplichting.

← Terug naar alle casussen