Als het “verwerkt” is, maar niet weg
Je hebt een nieuwe baan. Op papier is het goed — misschien zelfs beter dan wat je kwijtraakte. En toch zit er iets scheef dat je niet meteen kunt plaatsen. Je wacht af voor je ergens vol voor gaat. Je merkt dat je een leidinggevende in de gaten houdt op signalen die je vorige keer had gemist. Je bewijst jezelf net iets harder dan nodig is, alsof je moet inhalen wat je niet had zien aankomen.
Vraag je iemand ernaar, dan zeg je waarschijnlijk dat het ontslag verwerkt is. En dat kan best kloppen — het verdriet van toen is niet meer wat het was. Maar verwerkt zijn en er geen sporen van dragen zijn twee verschillende dingen. Wat een ontslag vaak achterlaat, is niet het verdriet zelf. Het is een reflex.
Wat een ontslag met je vertrouwen doet
Een reorganisatie raakt iets fundamentelers dan je functie: het idee dat je kon inschatten waar je aan toe was. Je deed je werk, je leverde, en toch bleek dat niet genoeg garantie. Die ervaring leert je lichaam iets, los van wat je er verstandelijk over denkt. Namelijk: dit kan zomaar weer gebeuren, en de tekenen zijn misschien niet zo duidelijk als je dacht.
Dat is geen overdreven reactie. Het is precies wat een zenuwstelsel doet na een onverwachte klap — het gaat scherper opletten, zodat het de volgende keer niet wordt overvallen. Alleen blijft dat scherper-opletten vaak aanstaan, ook op plekken waar het niet meer nodig is.
Hoe dat meegaat naar de volgende plek
In een nieuwe baan uit zich dat zelden als “ik ben bang om ontslagen te worden”. Het zit subtieler. Je zegt intern misschien al op voor je organisatie ook maar iets richting jou beweegt — niet uit onvrede, maar om nooit meer de laatste te zijn die het hoort. Je houdt een deel van je inzet achter de hand, voor het geval dat. Je merkt dat je bij een reorganisatie-gerucht meteen weer die oude staat van paraatheid voelt, terwijl je collega’s er relatief rustig onder blijven.
En het stopt niet bij werk. Wie leert dat een plek waar je zeker van dacht te zijn zomaar kan wegvallen, neemt die les vaak mee naar relaties. Niet volledig investeren voordat je weet dat het blijft. Sneller een stap terug zetten zodra iets onzeker aanvoelt. Moeite om te geloven dat iemand echt blijft, ook als diegene geen enkele reden geeft om daaraan te twijfelen. Het is dezelfde onderliggende overtuiging — ik kan niet zomaar op iets vertrouwen — die zich op meerdere plekken in je leven herhaalt.
Waarom je het zelf niet altijd herkent
Dit patroon meldt zich niet met een label erop. Er verschijnt geen gedachte als “dit komt door mijn ontslag van drie jaar geleden”. Het voelt gewoon als hoe je bent: iemand die nu eenmaal alert is, die hard werkt, die niet te snel op mensen vertrouwt. Verstandig zelfs, in de context waarin het ontstond.
Herkenbaar is het meestal aan het verschil met hoe het vroeger liep. Je vertrouwde makkelijker. Je kon je ergens voluit in storten zonder rekening te houden met een worstcasescenario. Je sliep niet lichter door het idee dat een leidinggevende iets voor je verborgen zou houden. Als dat contrast je bekend voorkomt — dat het ergens anders loopt dan het vroeger liep, zonder dat je precies kunt zeggen wanneer dat is gaan verschuiven — dan is de kans groot dat je tegen precies dit patroon aanloopt.
Wat IEMT daarin kan doen
Met IEMT werk ik niet aan het verhaal van het ontslag zelf — dat heb je vaak allang uitgeplozen. Ik werk op de laag waar de reflex zit: die staat van paraatheid, dat moeilijk-vertrouwen, dat jezelf blijven bewijzen. Met een reeks rustige oogbewegingen terwijl je vasthoudt wat erbij hoort, kan de lading van die oude ervaring verzachten, en daarmee ook de greep die hij nog heeft op hoe je nu reageert. De herinnering aan het ontslag blijft — die hoeft ook niet weg. Wat kan verschuiven, is dat een nieuwe leidinggevende niet meer automatisch wordt gelezen als een dreiging, en dat vertrouwen weer iets is wat je kunt geven zonder eerst het ergste te verwachten.
IEMT is geen garantie en geen therapie — ik ben IEMT-coach, geen therapeut, en als er meer speelt dan waar ik mee kan werken, zeg ik dat en verwijs ik door. Maar voor dit specifieke soort naslepend patroon — een reflex die is blijven hangen nadat het verhaal allang verteld is — is het vaak precies het aangewezen instrument. Lees hoe die werkwijze eruitziet.
Twintig minuten om te kijken of dit het is
Je hoeft niet zeker te weten of dit patroon speelt om het gesprek aan te gaan. Een kennismakingsgesprek van twintig minuten, gratis en vrijblijvend, is genoeg om samen te kijken of wat je meemaakt hierbij aansluit — en of deze manier van werken bij je past.
Benieuwd of dit ook bij jou meespeelt, zonder eerst een gesprek te plannen? Doe de zelfscan — of plan direct een kennismakingsgesprek.